De discussie over ‘sensorische informatieverwerking’.

A look at the dispute over whether sensory symptoms constitute a disorder, and whether treatment works?

Dit artikel op deze uitstekende website is een aanrader voor iedereen die zich bezighoudt met kinderen met autisme, hooggevoeligheid, zintuiglijke informatieverwerkingsproblemen.

De kern van het artikel is:
–  Ja, er zijn kinderen met ‘sensory issues’.
–  Ja, deze zijn vaak gerelateerd aan comorbide aandoeningen.
–  Nee, Sensory Processing Disorder (SPD) is niet opgenomen in de DSM-V als apart te classificeren aandoening.

De discussie is vooral de claim als zou SIT (Sensorische Integratie Therapie), vaak uitgevoerd door kinder-ergotherapeuten en -fysiotherapeuten, werkzaam zijn bij de ‘behandeling’ van deze problematiek: A look at the dispute over whether sensory symptoms constitute a disorder, and whether treatment works.

Wat zijn sensorische informatieverwerkingsproblemen?

Sommige kinderen lijken moeite te hebben met het verwerken van de informatie die afkomstig zijn van hun zintuigen zoals geluid, aanraking, smaak, zicht en geur. Naast deze gemeenschappelijke zintuigen zijn er ook twee andere minder bekende zintuigen die kunnen worden beïnvloed: proprioceptie, of een gevoel van lichaamsbewustzijn en vestibulaire betekenis, die beweging, balans en coördinatie omvat. (Lees hiervoor dit interessante artikel)

Kinderen met zintuiglijke verwerkingsproblemen ervaren te veel of te weinig stimulatie door deze zintuigen. Zij kunnen ook moeite hebben met het integreren van sensorische informatie, bijvoorbeeld dingen die ze tegelijkertijd zien en horen, zoals een persoon die praat, lijkt misschien niet synchroon voor hen.

Overgevoelige kinderen reageren sterk op zintuiglijke stimulatie en kunnen die zelfs overweldigend vinden.
Zij kunnen:

  • moeite hebben om felle lichten en luide geluiden zoals ambulance sirenes te verdragen
  • weigeren om kleding te dragen omdat het kriebelig aanvoelt of irritereert – zelfs nadat u alle labels uit kleding hebt verwijderd, of omdat ze te strak om het lijf zitten
  • afgeleid worden door achtergrondgeluiden die anderen niet lijken te horen
  • angstig voor onverwachte aanrakingen, knuffels  vermijden, zelfs bij bekende volwassenen
  • bang zijn voor schommels en speeltoestellen
  • vaak problemen hebben om te begrijpen waar hun lichaam zich bevindt in relatie tot andere objecten of mensen
  • overal tegenaan botsen en onhandig lijken
  • moeite hebben om de hoeveelheid kracht aan te passen, zoals bij het knippen of scheuren van papier, te hard knijpen in voorwerpen

Hyposensitieve kinderen zijn ondergevoelig, waardoor ze meer zintuiglijke stimulatie zoeken. Zij zullen eerder:

  • voortdurend contact zoeken met mensen of voorwerpen met een speciaal oppervlak, ook als het niet sociaal aanvaardbaar is
  • de persoonlijke ruimte van iemand niet aanvoelen, zelfs als kinderen van dezelfde leeftijd oud genoeg zijn om het te begrijpen
  • een extreem hoge tolerantie voor pijn hebben
  • hun eigen kracht niet begrijpen
  • ‘hoekig’ bewegen en niet stil kunnen zitten
  • graag houden van springen, botsen, bonken.
  • genieten van diepe druk zoals het strak vasthouden van  beerknuffels
  • ervan houden om in de lucht gegooid te worden en op meubels en trampolines te springen.

Dit is zoals de informatie hierover op tal van sites wordt gevonden.

In mijn werk als FloorPlay Specialist kom ik ook andere gedragingen tegen die daaraan een andere verklaring kunnen geven. Deze verklaringen kunnen dan eerder in verband worden gebracht met het niet goed ‘begrijpen’ van wat er gebeurt, of het onvermogen er betekenis aan te verlenen. De betekenisverlening staat dan veel meer in relatie tot sociale interactie, waarbij door het missen van emotionele signalen, zoals intonatie, lichaamstaal, mimiek, de volledigheid van informatie onvoldoende wordt begrepen. Een aantal gedragingen zoals hierboven genoemd, kunnen dan veeleer als, soms zeer subtiele vluchtgedragingen worden beschouwd. Het zijn dan ongerichte en ondoelmatige activiteiten die bedoeld zijn om sensaties op te roepen om daarmee de ervaren onrust te vermijden. Of wanneer het kind onvoldoende strategieën tot beschikking heeft, eerder in een soort ‘angstig’ gedrag terechtkomt.

De vragen die in dit artikel worden opgeroepen hieromtrent kan ik vanuit dit standpunt begrijpen. Deze opmerking in dit artikel is dan ook zeer terecht: “In the sensory integration world, I think there are too many assumptions about cause and effect.” Dit geldt misschien veel breder in ‘de fysiotherapie’.

Er worden door meer auteurs vraagtekens geplaatst bij de diagnose SPD. In dit artikel: Why “Sensory Integration Disorder” Is a Dubious Diagnosis, wordt de diagnose ook in twijfel getrokken.

Informatieverwerkingsproblemen ontstaan niet zomaar op een bepaalde leeftijd, maar zijn al vanaf het begin na de geboorte aanwezig (en misschien zelfs wel eerder). Charles Njiokiktjien heeft dat heel mooi beschreven:
Spoedig na de geboorte herkent de baby de moeder aan de stem, het gelaat en de lichaamsgeur. De baby herkent ook moeders voetstap, haar wijze van opnemen en vastpakken bij verschonen en haar snelheid van reageren. Deze zintuiglijke indrukken leiden bij de baby tot het kunnen voorspellen van moeders lichamelijk functioneren. De continue stroom van ‘moederprikkels’ die op de baby afkomt, met name de affectieve kleuring daarvan, en de signalen die de baby zelf afgeeft en die weer tot ‘moederprikkels’ leiden, in samenhang met vitale behoeftebevrediging (voeding, warmte, reductie van hongergevoel, enzovoorts), leidt tot wat men ‘hechting’ noemt.

Mijns inziens zijn dan twee aspecten van belang. Namelijk het kunnen ‘voorspellen’ wat er gebeurt en de ‘affectieve’ kleuring. Het kunnen voorspellen wat er gebeurt is een mentaal proces dat het kind in staat stelt om ‘gaten’ op te vullen tussen handelingen en activiteiten van anderen in, waar het kind geen concrete waarneming van heeft gedaan. Om die ruimte op te vullen wordt dan een ‘bewegingsvoorstelling’ gemaakt, een reconstructie hoe de situatie heeft kunnen veranderen zonder het zelf te hebben waargenomen. Wanneer het kind hiertoe niet of onvoldoende in staat is, zal het geneigd zijn om alle activiteiten om hen heen te volgen. ‘Verrassingen’ worden hiermee zo goed als mogelijk uitgesloten. Of wanneer er een plotseling geluid optreedt, kan het kind dat niet in verband brengen met of hebben kunnen voorspellen vanuit een bepaalde situatie waarin het verkeert. Het kind kan zich dan geen voorstelling maken dat iets ‘had kunnen’ gebeuren, het legt de verbinding niet.
Het andere aspect is de ‘affectieve’ kleuring, die een gebeurtenis of een vorm van informatie maakt tot een zinvolle betekenisvolle boodschap. Het kunnen geven van betekenis aan wat kinderen zien is van grote betekenis in de sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind.

Dit is wat onder meer bedoeld wordt met elaboratie. Elaboratie of bewerking is een begrip in de psychologie dat verwijst naar een diepe verwerking van informatie. Dit komt neer op koppelen van nieuwe informatie aan reeds verworven kennis die is opgeslagen in het langetermijngeheugen. Door informatie te elaboreren verlaagt men de kans op vergeten.

Ami Klin hierover:
“Wij denken altijd over autisme als iets dat pas later in het leven optreedt. Het begint bij het begin van het leven. Als baby’s in contact treden met zorgverleners, beseffen ze al snel dat iets tussen de oren heel belangrijk is — het is onzichtbaar, je kunt het niet zien – maar het is cruciaal, en dat ding heet aandacht. Voordat ze een woord kunnen uiten, krijgen ze door dat ze die aandacht kunnen opeisen om hun zin te krijgen. Ze leren ook de blik van anderen te volgen omdat mensen kijken naar waar ze aan denken. Al vlug leren ze de betekenis van dingen kennen. Wanneer iemand naar iets kijkt of wijst, krijgen ze niet alleen maar een richting aangewezen. Ze weten wat de ander ermee bedoelt. Ze beginnen met het opbouwen van dit geheel van betekenissen, verworven in het kader van sociale interactie. Verworven door hun gedeelde ervaringen met anderen.”

 

In het DIR/Floortime benadering, ontwikkelt door Greenspan en Wieder, worden de informatieverwerkingsproblemen ondergebracht in de ‘I’ van individuele verschillen. Het zijn biologische kenmerken die aan het kind zijn gebonden.
De sleutel tot behandeling van deze kenmerken zag Greenspan als volgt: in het twee-ledig denken verklaart hij dat emotie ervaring en gedrag organiseert, het serve as the orchestra leader for getting the whole mind and brain working together. De basiseenheid van intelligentie is de verbinding tussen een gevoel (of een verlangen) en een actie (of een symbool). Elke sensatie, zoals het door het kind wordt geregistreerd, leidt ook tot een toevloed van emotie. Wanneer het aantal opgedane ervaringen toeneemt, worden sensorische indrukken steeds meer gebonden aan gevoelens. Deze dubbele codering van ervaring is de sleutel om te begrijpen hoe emoties de intellectuele capaciteit organiseert en een gevoel van zelf-zijn schept.
Greenspan benoemt dit sensorisch-affect-motoriek.

Wat Greenspan hiermee zegt is dat het neurologische pad van reactiepatronen, de hierboven vermelde problemen met informatieverwerking, tot stand komt en wordt gevoed door opgedane ervaringen gekoppeld aan de gevoelens die daarbij optraden. Feitelijk kan je dan spreken van PTSS-achtige omstandigheden. Lees hiervoor dit bijzonder interessante artikel: Autisme als reactie op trauma in de vroege ik-ontwikkeling.

Mijn hypothese luidt daarom:

De effecten die optreden tijdens de sensorische integratie therapie, ontstaan niet door de specifieke behandeling, maar door het contact met de therapeut, waarmee een emotionele relatie wordt aangegaan. Een specifieke ervaring wordt gekoppeld aan een positieve, plezierige emotie. Hiermee wordt een nieuw ‘pad’ aangelegd.

De bedoeling is dat die verbinding wordt aangegaan in eerste instantie met de ouders. Het is niet ‘het feestje’ van de therapeut, maar het partijtje tussen ‘kind en ouder’. Dit is de essentie van FloorPlay.

Rick Solomon in Amsterdam

Onlangs was Rick Solomon op bezoek bij de RINO in Amsterdam. Met hem twee fantastische cursusdagen beleeft, want het was een beleving. Een van de bijzonderheden die ik heb opgestoken in die 2 dagen was in hoeverre FloorPlay verschilt van DIR/Floortime. FloorPlay doet meer een beroep op het gevoel van competentie van het kind. Wanneer je weet wat het kind kan, vertaald in de sociaal-emotionele mijlpaal die het kind heeft bereikt, dan mag je dat ook verwachten van het kind. Ook al is er weerstand, ook al vind het kind het moeilijk. Ik weet zeker dat dit de ouders sterker maakt in hun opvoedende rol.